TERUG IN DE TOEKOMST

De e-Overheid in historisch perspectief

Johannes van Veen, adviseur PBLQ en voormalig hoofd Informatiebeleid VNG, schetst de historische ontwikkeling van digitalisering bij de overheid. “Er is altijd veel kritiek geweest op het marktmodel van gemeentelijke software. De relatie tussen gemeenten en leveranciers is vaak moeizaam. Maar dit is wel het meest stabiele en succesvolle model dat we hebben.”

Harmonische relatie

Als medewerker en later hoofd Informatiebeleid bij de VNG hield Van Veen zich veel bezig met de relatie tussen gemeenten en softwareleveranciers. Hij schetst de ontwikkelingen sinds die tijd, 2002. De relatie tussen gemeenten en leveranciers was en is nog steeds vaak moeizaam, stelt hij, terwijl gemeenten baat hebben bij een harmonische relatie met hun leveranciers. “Gemeenten zijn gebaat bij een goed functionerende softwaremarkt en een goede relatie. Veel inhoudelijke kennis zit bij leveranciers, leerde ik. Als je echt de expertisecentra zoekt op het gebied van wetgeving, processen en digitalisering, dan moet je bij de markt zijn. Zij moeten er immers voor zorgen dat hun software up-to-date is.”

Standaarden

Van Veen vertelt over de ontwikkeling van standaarden voor gegevensuitwisseling, zoals StUF. “Dat kwam pas van de grond toen de inhoudelijke mensen aan tafel kwamen. In feite kun je StUF zien als de Common Ground van die tijd.” Standaarden bleken nodig voor gemeenten om richting te geven in de markt van softwareontwikkeling. “Als VNG konden we deze standaarden echter niet maken en ook de Gebruikersverenigingen waren hier niet voor toegerust. Daarom is EGEM opgericht, dat later KING werd en nu VNG Realisatie heet. Ik kan met enige trots zeggen dat er dus nog steeds invulling wordt gegeven aan het ontwikkelen van standaarden.”

Een werkende kracht

“Als ik zie hoeveel initiatieven gemeenten inmiddels ontplooien op het gebied van digitalisering, dan kan ik wel stellen dat er echt een emancipatie van gemeenten heeft plaatsgevonden. Ze pakken nu veel meer de regie,” zegt Van Veen. “Tegelijkertijd zie ik dezelfde oude patronen in hun relatie met leveranciers. Die blijft moeilijk.” En dat is jammer, stelt hij, omdat gemeenten leveranciers hard nodig hebben. Hij noemt een aantal redenen: “IT-talent wordt steeds schaarser en overheidsorganisaties hebben de grootste moeite om IT’ers te vinden. Daarin zijn ze echt afhankelijk van de markt.” Daarbij komt dat de gemeentelijke softwaremarkt functioneert: “Je kunt zeggen wat je wilt van leveranciers, maar ze leveren wel. En dat geldt lang niet altijd voor overheden die software produceren.”

"Bestuurders moeten zich realiseren dat een volwassen IT-organisatie van cruciaal belang is voor hun gemeente"

Johannes van Veen, adviseur PBLQ en voormalig hoofd Informatiebeleid

Volwassen IT-organisatie

Een goed alternatief voor de huidige gemeentelijke softwaremarkt is er eigenlijk niet, concludeert Van Veen. “Het is dus zaak om te investeren in de relatie. Dat gemeenten werken aan goed opdrachtgeverschap, dat gemeenten en leveranciers samen optrekken, het goede gesprek aangaan en als partners samenwerken.” Gebruikersverenigingen spelen hier een belangrijke rol in, stelt hij. Maar ook gemeentelijke bestuurders hebben een verantwoordelijkheid: “Zij moeten zich realiseren dat een volwassen IT-organisatie van cruciaal belang is voor hun gemeente. Dat ze die organisatie niet alleen de ruimte geven, maar ook de middelen om hun rol echt in te vullen.” Nathan Ducastel, directeur Beleid Informatiesamenleving bij de VNG, vult aan: “De relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer moet in balans zijn en dat is de afgelopen jaren niet zo geweest. Dit vraagt om duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Dat perspectief moeten we gaan realiseren met elkaar. Ik wil bestuurders zeggen: geef je IT-organisatie de ruimte en de middelen, besef dat IT voor de gemeente Chefsache is en investeer in IT en infrastructuur.”