Interview-estafette

Nieuw elan in het organiseren van samenwerking

Stakeholders nemen elkaar op een leuke en kritische manier de maat over het bundelen van krachten en samenwerking.

Henk Verbunt, directeur DDFK-gemeenten (de ambtelijke organisatie van vier Friese gemeenten)

  1. Wij doen niet mee met de VDP. Zou ik dat moeten veranderen?


2. Wat is voor jou tot nu toe het dieptepunt en het hoogtepunt van dit jaar?


3. Tot mijn verrassing hebben jullie het blad InGovernment geadopteerd. Waarom?


Jan Fraanje, directeur Vereniging Directeuren Publieksdiensten

1. Dat zou ik zeker doen. Je bent welkom als je dienstverlening in je DNA hebt. We zijn een netwerk waar je veel aan kunt hebben, juist in deze tijd waarin we moeten samenwerken om onze vraagstukken rondom dienstverlening op te lossen.

2. Ik begin met het hoogtepunt, want dat is het field lab dienstverlening dat we onlangs in Zwolle hadden. Er waren 250 mensen, uit allerlei overheidsorganisaties en markt, en we hebben daar echt gebouwd aan oplossingen voor gemeenten. Het wij-gevoel dat daar ontstond vond ik echt geweldig, het is een innovatiebeweging die we samen vormgeven. Het dieptepunt heeft hiermee te maken. Want niet iedereen wil meedoen met die beweging, er is weerstand omdat mensen het al zo druk hebben en ook omdat mensen kiezen voor het belang van hun eigen organisatie. We proberen ze ervan te overtuigen dat ze juist belang hebben om zich bij deze beweging aan te sluiten. Want uiteindelijk zullen we het samen moeten gaan doen.”

3. Het blad zat bij Binnenlands Bestuur en die trok de stekker eruit, net toen de beweging van Common Ground opkwam. Het blad heeft 13.000 lezers en dat is een breed netwerk dat we heel goed kunnen gebruiken voor Common Ground. Daarom hebben wij het blad geadopteerd. We willen wel graag de verantwoordelijkheid gaan delen, want we moeten diep uit onze reserves putten om het blad in de lucht te houden. We zijn op zoek naar organisaties die dit met ons willen doen. Als dat niet lukt, dan denk ik niet dat we er volgend jaar mee doorgaan.

Jan Fraanje, directeur Vereniging Directeuren Publieksdiensten

1. Is Common Ground een goed idee?


2. Welke kansen biedt Common Ground voor een bedrijf als Centric?


3. Waar staat Centric over vijf jaar?

Maarten Hillenaar, directeur Public Sector Solutions, Centric

1. Het ideaalbeeld is fantastisch en wij doen als Centric graag mee in deze beweging. De gekozen weg is qua architectuur en technologie al ingezet, ook wij zijn al een tijd bezig met het ontkoppelen van applicaties en data. Maar er spelen wel een aantal vragen. Want hoe komen we bij dit eindbeeld? Het is namelijk een enorme veranderopgave, het gemeentelijke IT-landschap is niet van de ene op de andere dag veranderd. Het verleden laat zien dat de crux ligt in de autonomie van gemeenten. Als het gemeenten nu gaat lukken om als één sterke opdrachtgever te functioneren, dan kunnen we grote stappen zetten.

2. Het brengt een nieuw elan in de samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven. Die relatie is best weerspannig, waardoor we ideeën moeilijk in de openheid kunnen delen. Het zou heel mooi zijn als we nu een situatie bereiken waarin we gezamenlijk een strategie kunnen bepalen, elk vanuit onze eigen verantwoordelijkheid.

3. Wat mij betreft zijn we dan volop aan de slag om samen met alle spelers in de gemeentelijke wereld het ideaalbeeld van Common Ground werkelijkheid te maken. Ik hoop dat we dan ook nadenken over fall back scenario’s, want we worden steeds afhankelijker van digitalisering. Wat doen we als het niet werkt? Daar wordt nu nog onvoldoende over nagedacht.

Voor Centric zie ik een rol waarin we gemeenten nog meer ontzorgen. Dat wij de infrastructurele elementen die gemeenten nodig hebben, de backbone van datatransport tot applicaties, leveren en privacy en beveiliging regelen.

Maarten Hillenaar, directeur Public Sector Solutions, Centric

1. De beweging naar Common Ground is ingezet. Hoe zorgen we ervoor dat het leuk wordt?

2. De overheid wordt steeds afhankelijker van digitalisering. Als het niet werkt, dan hebben we een groot probleem. Verdient dat meer aandacht?


3. Wat is er anders dan in de afgelopen jaren, waarom gaan gemeenten nu echt grote stappen maken?

Nathan Ducastel, directeur Beleid Informatiesamenleving, VNG

1. Bijvoorbeeld door mensen in field labs bij elkaar te brengen, wat nu twee keer is gebeurd. Dat geeft een heel positieve energie. We breken met het traditionele model van ontwerpen, bouwen, testen en invoeren. Dat duurt te lang. We kiezen voor de moderne, agile manier van ontwerpen, een aanpak die flexibiliteit en snelheid combineert. Maar daarmee alleen redden we het niet. Common Ground is een aansprekend verhaal, maar hoe komen we bij het eindbeeld? We zullen die stip op de horizon duidelijk moeten maken en moeten vasthouden, zodat we elkaar aan onze afspraken kunnen houden om daar te komen. En ik denk dat we blijvend de verbinding moeten zoeken. Die komt nu tot stand: op het laatste field lab waren bijvoorbeeld de voorzitter van de Manifestgroep en de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die verbinding moeten we vasthouden en uitbouwen.


2. Zeker. We denken nu echt nog te weinig na over wat er moet gebeuren als de digitalisering het laat afweten. Met Diginotar had het maar heel weinig gescheeld of de haven en Schiphol hadden platgelegen. We zijn daar langs de rand van de afgrond gegaan.

3. Laat ik beginnen met stellen dat het niet bij voorbaat is gelukt. Als we de energie niet vasthouden en geen successen tonen, dan kan ook dit stranden. Wat er nu wel anders is dan in de afgelopen jaren, is dat de VNG haar statuten heeft aangepast en de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering onderdeel is geworden van de taken van de VNG. De governance is ook geborgd. Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan, maar overal waar ik kom proef ik het enthousiasme en de wil om er een succes te maken. Samen organiseren we dit! De seinen staan dus op groen, maar we moeten wel duidelijkheid gaan verschaffen naar onze partners, inclusief de leveranciers, waar we naartoe willen. De betrokkenheid van leveranciers is cruciaal in deze beweging. De ambitie is dat dit leidt tot een convenant met heldere afspraken, zodat we weten wat we aan elkaar hebben.

Nathan Ducastel, directeur Beleid Informatiesamenleving, VNG

1. Jullie zijn een fusiegemeente. Hoeveel hadden jullie bespaard als Common Ground er al was geweest?


2. Wat is jouw beste en slechtste ervaring, als opdrachtgever?

3. Wat verwacht je van de VNG en de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering?

Henk Verbunt, directeur DDFK-gemeenten

1. Ik vermoed heel veel, dus daar wil ik liever niet aan denken. We hebben moeten kiezen met welke IT-systemen we verder gingen en dan wil natuurlijk iedereen zijn eigen systeem houden, want dat werkt het beste, vindt men. Onze informatieadviseurs waren liever uitgegaan van een dienstverlenings- en bedrijfsvoeringsconcept en hadden op basis daarvan de keuze voor IT gemaakt. In de praktijk komt het erop neer dat je kiest voor wat het minste pijn doet.

2. Mijn slechtste ervaring was met een document management systeem waarvan we verwachtten dat we het na aankoop direct konden gebruiken. Het bleek echter een mooi kader zonder inhoud. We zeiden tegen de leverancier dat het niet klaar was en de leverancier antwoordde dat dit is wat we hadden gekocht. Beide partijen hadden gelijk. Mijn beste ervaring was dat we een aanschaf deden op basis van functionele eisen. We schreven helder op wat we nodig hadden en lieten de details aan de leverancier. Dat ging goed. We wisten waarvoor we kozen en waar we niet voor kozen en konden ook uitleggen waarom.


3. Het voelt nog niet als van mij. Ik vind dat we als fusieorganisatie nog niet volwassen genoeg zijn om mee te draaien met organisaties die al veel verder zijn, zoals de partijen die meedoen in Common Ground. Tegelijkertijd weet ik dat iets alleen van jezelf wordt als je actief meedoet. Ik hoop dus dat we kunnen gaan meedoen met wat daar, nog ver van Friesland af, gebeurt.